Het spel kan met twee personen gespeeld worden, in teams van twee met vier of zes personen. Als er met teams gespeeld wordt, zitten de teamgenoten tegenover elkaar. Elke speler kiest een kleur en zet zijn pionnen op de beginvelden. Doel van het spelHet doel van het spel is om samen met je partner zo snel mogelijk met alle pionnen op de eigen thuisplaatsen te komen. Als een speler al zijn pionnen op zijn thuisvelden heeft staan, dan mag hij verder spelen met de pionnen van zijn teamgenoot. Verloop van het spelHet spel wordt in rondes gespeeld. Eén van de spelers wordt als startspeler uitgekozen. De eerste ronde krijgt ieder vijf kaarten de tweede en derde ronde krijgt ieder er vier. Na drie rondes worden alle kaarten weer bij elkaar gedaan en krijg je opnieuw drie rondes. Dit gebeurt totdat er een team gewonnen heeft. Een ronde verloopt als volgt. De startspeler deelt de kaarten. Een voor een, te beginnen bij de speler die links van de startspeler zit, gooien de spelers een kaart uit hun hand op en voeren de daarbij behorende actie uit. Als een speler een kaart op kán gooien, moet hij dat ook doen, ook als dat betekent dat hij zichzelf of zijn partner van het bord slaat. Als een speler geen kaart op kan gooien, dan levert hij al zijn kaarten in en moet hij op de volgende ronde wachten. Als alle spelers hun kaarten kwijt zijn, wordt de speler links van de huidige speler startspeler en begint een nieuwe ronde. De acties die bij de kaarten horen zijn als volgt:
Wanneer een pion op zijn beginpositie staat, mag hij niet ingehaald en ook niet geslagen worden. Ook mag hij niet (met een boer) worden geruild. Ook de pionnen die zich al in het honk bevinden mogen niet worden ingehaald. |
